Geplaatst in

de Draak en het oude Kasteel

Op een mooie ochtend in het koninkrijk zat Prinses Liv vrolijk bloemen te plukken in de paleistuin. Ze hield van de zon, de vogels en de geur van verse bloemen. Maar opeens klonk er een luid “WROOOAAAR!” uit de verte. De lucht werd donker en warm — een draak vloog over het paleis!
De draak had grote groene vleugels en spuwde vuur. Voordat iemand iets kon doen, pakte hij Prinses Liv met zijn klauwen op en vloog ermee weg!
“Help! Help!” riep Liv, terwijl ze haar mandje met bloemen liet vallen.

De koning rende naar buiten. Zijn kroon stond scheef van de schrik.
“Wie redt mijn dochter?” riep hij.
Iedereen keek naar Ridder Gijs, de dappere ridder van het paleis. Hij stond rechtop in zijn glimmende harnas en hield zijn houten zwaard vast.
“Ik zal haar redden, majesteit!” zei Gijs dapper.
Hij sprong op zijn witte paard, zwaaide naar de koning, en reed weg — klak-klak-klak! — over de heuvels en door de bossen.

Na een lange rit kwam hij bij een oud, vervallen kasteel op een heuvel. De stenen muren waren gebarsten, en er groeide mos op de torens. Daarboven cirkelde de draak!

Ridder Gijs stapte van zijn paard, aaide het zachtjes en fluisterde: “Blijf hier, Bravehart. Ik ga alleen verder.”
Heel stil sloop hij naar het kasteel. Binnen hoorde hij een diep gesnurk. Chrrrr… chrrrr…

Daar lag de draak, slapend, met rook die zachtjes uit zijn neusgaten kwam. En in een hoek zat Prinses Liv in een kooi van ijzer.
“Gijs!” fluisterde ze blij. “Je bent gekomen!”
“Ssst!” zei Gijs. “Ik maak je vrij.”

Maar toen Gijs de kooi wilde openen, schoot de draak zijn ogen open. WROOOAAAR!
Vlammen vlogen door de lucht!
Gijs dook weg en hield zijn schild omhoog. Het vuur spatte ertegen en rolde als gloeiende golven over het schild.

De draak sloeg met zijn staart, maar Gijs was snel. Hij sprong opzij, rende naar voren en riep: “Voor de koning! Voor Prinses Liv!”
Met één grote zwaai van zijn zwaard raakte hij de draak aan zijn poot. De draak brulde nog één keer — “WROOAAAR!” — en vloog toen de bergen in, om nooit meer terug te keren.

Gijs rende naar Liv, brak het slot open en hielp haar naar buiten.
“Je hebt me gered!” zei ze blij.
“Dat is wat ridders doen,” glimlachte Gijs.

Buiten stond Bravehart al te hinniken. Gijs tilde Liv voorzichtig op het paard en samen reden ze terug naar het paleis.
Toen de koning hen zag aankomen, sprongen de wachters van blijdschap. De koning spreidde zijn armen en riep:
“Mijn dochter is terug! En Ridder Gijs is een held!”

Er werd een groot feest gehouden in de paleistuin. Overal hingen vlaggen en slingers. De bakkers maakten taart, de muzikanten speelden vrolijke liedjes, en iedereen zong:

🎵 “Lang leve Ridder Gijs! Lang leve Prinses Liv!” 🎵

Aan het eind van de dag keken Gijs en Liv naar de ondergaande zon.
“Dank je, Ridder Gijs,” zei Liv zacht.
“Graag gedaan, prinses,” antwoordde Gijs. “Maar beloof me één ding — blijf voortaan uit de buurt van draken.”
Ze lachten allebei, terwijl boven hen een regenboog verscheen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *